UW TUIN

 

Bodem

  • Wilt u meerdere jaren van uw bloembollen genieten, plant ze dan op voedzame, goed doorlatende, maar niet te droge grond. Vooral onder bomen adviseer ik u om de vochtigheid van de grond in de gaten te houden, omdat bomen erg veel water kunnen opnemen.
  • Als u zeer vochtige grond heeft, zoals bijvoorbeeld kleigrond, geef ik u de tip om eerst de waterhuishouding te verbeteren. Dat kan met compost, goede drainage en door er grof zand doorheen te werken. Zand laat de regen sneller wegzakken. Blijft er namelijk water staan dan kan er rotting aan de wortels en de bolbodem optreden, waardoor de bol niet zal bloeien. Als u veel bollen heeft, is dat wel meer werk, maar als u duurdere of zeldzame soorten heeft, heeft u dat er waarschijnlijk wel voor over.
  • Wilt u de bollen of knollen maar één seizoen laten bloeien, bijvoorbeeld omdat u volgend jaar weer andere variëteiten bij mij wilt bestellen, dan zijn de bollen niet zo kieskeurig over de grondsoort waarin ze gezet worden. Een goede kwaliteit bol heeft alle voedingsstoffen al bij zich om dat seizoen te bloeien.

 

Zon of schaduw?

  • Voor het bloeien maakt het de meeste bollenplanten (zoals tulpen en narcissen) niet uit of ze in zon of schaduw staan. In de zon zullen de planten vroeger bloeien, maar ook sneller uitgebloeid zijn. Sommige intense kleuren hebben de neiging om wat fletser te worden als ze de gehele dag in de volle zon staan. Andere soorten gaan zich gedurende het bloeiseizoen scherper aftekenen.
  • Wilt u de bollen echter overhouden voor het jaar erop, dan moet u wel op de hoeveelheid licht letten. Als het blad na de bloei groeit, hebben de planten namelijk voldoende licht nodig om reservevoedsel te vormen voor het jaar erop. Staan de bollenplanten te donker, bijvoorbeeld in de schaduw van een boom of een huis, dan kunnen zij dat minder.

 

Bloeiperiode

  • Planten die heel vroeg bloeien (zoals sneeuwklok, krokus en botanische tulpen) zijn ook eerder klaar met hun groeiseizoen. Die kunt u prima onder bladverliezende loofbomen zetten of op plaatsen waar half mei de vaste planten weer opkomen. Late gewassen (zoals veel tulpen) beginnen pas in april of juni aan hun groeiseizoen. U plant hen op een plaatsje waar ze ook dan nog volop licht krijgen.

 

Gewaswisseling

  • Tot slot wijs ik u erop dat het beter is geen twee jaar achter elkaar dezelfde bollensoort op één plaats te zetten. Zorg voor afwisseling, dus zet narcissen op de plaats waar tulpen stonden en vice versa. Daarmee voorkomt u schimmel- en andere bodemziektes.

 

Biologische compost

  • En nóg veiliger is het als u regelmatig een goede, liefst biologische, compost op uw tuin aanbrengt. Daarmee verbetert u de gezondheid en weerstand van uw grond.