Zaaddoosjes bij tulpen

Nadat de voorjaarsbloeiende bloembollen gebloeid hebben, maken de bloemen zaaddoosjes aan en krijgen ze vaak slappe blaadjes en gaan ze hangen. De uitgebloeide bloemen en de zaaddoosjes kun je het beste wegknippen, maar de blaadjes moet je gewoon lekker laten zitten. Het is namelijk heel erg goed als ze afsterven. Zo kun je volgend jaar weer genieten van de bloei van de bol. Alle energie uit de bladeren trekt dan weer terug de bol in, waar deze het opslaat als reservevoedsel voor het volgende seizoen. Pas als het loof echt helemaal geel is, zou je het weg kunnen halen. Het beste voor de bol is dat de bloemen geen zaaddoosjes aanmaken. Hierdoor gaat er veel energie uit de bol verloren.

Het mooie is dat bij bijna alle bloembollen je daarna ook niks meer hoeft te doen. Ze hoeven dus niet uit de grond gehaald te worden. De meeste bollen kun je 5-7 jaar in de grond laten zitten en komen gewoon weer naar boven toe als het zover is. Zo halen ze alle energie weer uit de opgeslagen bloembol.

Gewone (lange) tulpen moeten wel opgegraven worden nadat het blad is verwelkt. De bollen kun je het beste luchtig en droog bewaren tot het najaar om ze we uit te planten. Plant ze uit op een plek waar het vorige jaar geen tulpen hebben gestaan.

Zorg voor een lange levensduur van de bollen wel dat je bij het uitplanten van de bollen voldoende afstand houdt om de bollen goed te laten groeien. Plant je ze te dicht op elkaar, dan kunnen ze elkaar verdrukken en kunnen ze niet voldoende voeding en vocht opnemen.

De algemene vuistregel is 20 bloembollen per m2, bij kleine bolletjes is dat 50 tot 200 bloembollen per m2, bij grote bollen is dat 15 à 25 bloembollen per m2 (of als accent tussen vaste planten - 5 bollen per m2) en bij Dahlias zo’n 3 tot 5 per m2.

De zomerbloeiende bloembollen die gevoelig zijn voor vorst laat je natuurlijk niet zitten. Deze haal je er wel uit om vorstschade te voorkomen. Lees hier meer over bij de tip “wanneer Dahliaknollen rooien”.